|
||||||||
|
Compleet nieuw voor mij, maar wel ultra-charmant is deze debuutplaat van een Frans kwartet (drie mannen en één frontvrouw) dat sinds enige tijd aan een leuk traject lijkt te werken in voornamelijk iets kleinere zalen en cafés in en om Parijs.. Daartoe bekennen ze zich tot genres, die al vele tientallen jaren hun deugdelijkheid bewezen hebben, als je wil kijken naar feestgehalte, naar warme, organische klanken en vooral naar muziek “om te delen”. Dit is muziek, die je live moet meemaken en dus schiet de overigens prima in elkaar gedraaide plaat als vanzelf een beetje te kort. Ik heb nu een keer of acht geluisterd en de plaat amuseert me geweldig, ook al omdat gitarist/accordeonist Tonio Matias bij momenten de sterren van de hemel speelt én omdat de ritmesectie, met het wasbord van François Jeannin en de staande bas van Jean Feron doen wat je altijd ziet en meemaakt bij groepen van deze soort: ze bouwen rustpunten in voor de zanger(es) en de andere instrumenten, maar dan wel op een manier, die ze van zichzelf erg beluisterbaar maakt. De tien tracks van de plaat -de manier waarop de titels op de achterflap afgedrukt zijn, wil wel eens voor enige verwarring zorgen, maar de plaattitel zelf, vind ik een leuke jeu-de-mots- zorgen voor dat bijzondere sfeertje dat je aan heuse café-optredens doet denken: het klinkt allemaal heel spontaan en voor wie niet goed kijkt of luistert, lijkt het alsof het allemaal niet zo nauw steekt, terwijl er best behoorlijk gemusiceerd wordt. Dat is hier helemaal het geval: vanaf opener “Rien ne Va” tot afsluiter “Si On Pouvait”, scheppen de vier hier een erg leuke sfeer, zo eentje waar je zelf bij had willen zijn. Dat is bij uitstek het geval op de opener en op “Le Ragtime du Bistrot”, waarop trombone en trompet voor een echte New Orleans-sfeer zorgen, maar ook “Appoline” en “Eva” kunnen mij bijzonder bekoren. Wellicht speelt het feit dat ik de band helemaal niet kende een rol: je gaat dan op een lichtjes andere manier luisteren, want je hebt totaal geen verwachtingen. Op die manier ontdek je leukigheidjes als”Self Talk” in een aandoenlijk Franglais gezongen country-deun met de onsterfelijke regels “Me, Myself and I will always love You, Me, Myself and I will Always Care for You”. Daarmee speel je elk publiek plat, zelfs buiten de grenzen van je hippe Belleville-wijk. Vroeger, in de “berichten voor zeelieden” op de radio klonk het dan van “overkomst dringend gewenst”. Dat durf ik hier volop herhalen, want ook hier zijn er zaaltjes en cafés waar dit soort muziekjes helemaal tot hun recht kunnen komen. (Dani Heyvaert)
|